Art. 3 Verordening (EG) nr. 1291/2000

Verordening (EG) nr. 1291/2000

1. Indien producten in het vrije verkeer worden gebracht die onder de regeling actieve verdeling vallen en geen basisproducten als bedoeld in lid 2, onder a), bevatten, moet voor het product dat daadwerkelijk in het vrije verkeer wordt gebracht, een invoercertificaat worden overgelegd, voor zover overlegging van een dergelijk certificaat voor dat product een vereiste is.

2. Indien producten in het vrije verkeer worden gebracht die onder één van de in lid 1 bedoelde regelingen vallen en die:

a) zowel één of meer basisproducten bevatten die zich in één van de in artikel 23, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevonden, maar zich daarin niet meer bevinden als gevolg van de verwerking ervan in het product dat daadwerkelijk in het vrije verkeer wordt gebracht,

b) als één of meer basisproducten bevatten die zich niet in één van de in artikel 23, lid 2, van het Verdrag bedoelde situaties bevonden,

moet in afwijking van artikel 8, lid 1, voor elk van de onder b) bedoelde basisproducten die daadwerkelijk zijn verwerkt, een invoercertificaat worden overgelegd, voorzover overlegging van een dergelijk certificaat voor deze producten een vereiste is.

Er hoeft echter geen invoercertificaat te worden overgelegd, indien voor het product dat daadwerkelijk in het vrije verkeer wordt gebracht, overlegging van een dergelijk certificaat geen vereiste is.

3. Op het invoercertificaat dat wordt overgelegd, respectievelijk op de invoercertificaten die worden overgelegd, wanneer een product in de in de leden 1 en 2 bedoelde gevallen in het vrije verkeer wordt gebracht, mag geen vaststelling vooraf zijn aangegeven.

4. Bij uitvoer van een product dat onder één van de in lid 1 bedoelde regelingen valt en dat één of meer basisproducten als bedoeld in lid 2, onder a), bevat, moet voor elk van deze basisproducten een uitvoercertificaat worden overgelegd, voorzover overlegging van een dergelijk certificaat voor deze producten een vereiste is.

Onverminderd het in de derde alinea bepaalde inzake de vaststelling vooraf van de restitutie, hoeft echter geen uitvoercertificaat te worden overgelegd, indien voor het product dat daadwerkelijk wordt uitgevoerd, overlegging van een dergelijk certificaat geen vereiste is.

Bij uitvoer van samengestelde producten waarvoor uit hoofde van één of meer bestanddelen ervan een vooraf vastgestelde uitvoerrestitutie wordt toegekend, wordt voor de toepassing van het stelsel van certificaten uitsluitend de douanesituatie van elk van deze bestanddelen in aanmerking genomen.