Art. 24 Verordening (EG) nr. 1291/2000
Verordening (EG) nr. 1291/2000
1. Exemplaar nr. 1 van het certificaat wordt overgelegd aan het douanekantoor waar wordt aanvaard:
a) wanneer het een invoercertificaat betreft, de aangifte voor het vrije verkeer;
b) wanneer het een uitvoercertificaat of een certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie betreft, de aangifte:
- voor uitvoer, of
- betreffende één van de leveranties als bedoeld in de artikelen 36 en 44 van Verordening (EG) nr. 800/1999, of
- voor plaatsing onder de regeling als bedoeld in artikel 40 van Verordening (EG) nr. 800/1999, of
- voor plaatsing onder één van de in de artikelen 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 565/80 bedoelde regelingen.
Onverminderd artikel 2, lid 1, onder i), van Verordening (EG) nr. 800/1999 moet de titularis of in voorkomend geval de cessionaris van het certificaat de douaneaangifte worden gedaan door of hun vertegenwoordiger in de zin van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2913/92.
2. Bij de aanvaarding van de in lid 1 bedoelde aangifte wordt exemplaar nr. 1 van het certificaat aan de douaneautoriteiten overgelegd of ter beschikking van deze autoriteiten gehouden.
3. Exemplaar nr. 1 van het certificaat wordt na afschrijving en visering door het in lid 1 bedoelde kantoor aan de belanghebbende overhandigd. De lidstaten kunnen echter voorschrijven of toestaan dat de afschrijving op het certificaat door de belanghebbende geschiedt; deze afschrijving wordt door het bevoegde douanekantoor steeds geverifieerd en geviseerd.
4. Indien de ingevoerde of uitgevoerde hoeveelheid niet overeenkomt met de hoeveelheid die op het certificaat is afgeschreven, wordt de afschrijving op het certificaat gerectificeerd om, binnen de grenzen van de hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven, rekening te houden met de feitelijke ingevoerde of uitgevoerde hoeveelheid.