Art. 20 Verordening (EG) nr. 1227/2000

Verordening (EG) nr. 1227/2000

1. In de indeling van de voor wijnbereiding bestemde wijnstokrassen delen de lidstaten de rassen in volgens de naam, tezamen met eventuele synoniemen en de kleur van de druiven.

2. Besluiten over de indeling van wijnstokrassen worden genomen op basis van objectieve criteria, onder meer criteria betreffende de geschiktheid van het ras voor de teelt, en inzake analytische en organoleptische kenmerken van de uit de betrokken wijnstokrassen bereide wijn.

3. Voor de indeling van de wijnstokrassen worden de namen en synoniemen gebruikt die zijn vastgesteld door een van de volgende instanties:

a) het Office internationale du vin (OIV),

b) de Internationale Unie tot Bescherming van Kweekproducten (UPOV), en/of

c) de International Board for Plant Genetic Resources (IBPGR).

4. Voor elk ras dat in de indeling als voor wijnbereiding bestemd ras is opgenomen, moet ook worden vermeld of het ook voor een van de volgende toegestane doeleinden kan worden gebruikt:

a) als tafeldruivenras,

b) voor de productie van gedistilleerd van wijn,

c) voor de productie van rozijnen en krenten,

d) overige doeleinden.

5. In de indeling moeten ook de homoniemen van wijnstokrassen worden aangegeven.

6. In de indeling van een lidstaat mogen alleen wijnstokrassen worden opgenomen die in ten minste één lidstaat in de handel mogen worden gebracht overeenkomstig Richtlijn 68/193/EEG.

7. In afwijking van lid 6 mag een lidstaat in de indeling ook rassen opnemen die vóór de inwerkingtreding van Richtlijn 68/193/EEG werden aangeplant en nog steeds op zijn grondgebied voorkomen.

8. Wanneer een lidstaat waar het bepaalde in titel II, hoofdstuk I, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van toepassing is, een wijnstokras als voor wijnbereiding bestemd ras indeelt, terwijl dit ras in de betrokken administratieve eenheid vroeger op grond van communautaire of nationale voorschriften anders was ingedeeld, mogen de met dat ras reeds beplante oppervlakten niet voor de productie van wijn worden gebruikt. De lidstaten voorzien in een geëigende regeling om toe te zien op dit verbod. Bij wijze van uitzondering kunnen de lidstaten toestaan dat de betrokken producent op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1943/1999 toegekende nieuweaanplantrechten, herbeplantingsrechten of uit een reserve toegekende aanplantrechten aanwendt om met de druiven van de betrokken oppervlakte wijn te produceren. De lidstaten registreren al deze gevallen.

9. De lidstaten delen hun indeling elk jaar mee aan de Commissie, waarbij zij duidelijk aangeven welke wijzigingen zij hebben aangebracht. Zij delen de Commissie uiterlijk op 31 juli 2001 mee of zij van de in lid 7 genoemde afwijking gebruikmaken en of zij voornemens zijn de in lid 8 genoemde uitzondering toe te staan.

10. De Commissie maakt de indelingen beschikbaar in het formaat en via de media die zij geschikt acht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen