Art. 17 Verordening (EG) nr. 1227/2000

Verordening (EG) nr. 1227/2000

1. Voor elke lidstaat worden de voor een begrotingsjaar gedeclareerde werkelijke uitgaven slechts gefinancierd tot de overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder a), medegedeelde bedragen, voorzover deze de financiële toewijzing aan de lidstaat zoals bedoeld in artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 niet overschrijden.

2. Aanvragen van de lidstaten overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder b), worden in aanmerking genomen naar rato van het bedrag dat beschikbaar blijft nadat alle overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder a), gemelde bedragen voor alle lidstaten zijn afgetrokken van het totaal van de financiële toewijzingen aan de lidstaten zoals bedoeld in artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999. De Commissie deelt de lidstaten zo spoedig mogelijk na 30 juni mee in hoeverre hun aanvragen ingewilligd kunnen worden.

3. Ongeacht het bepaalde in de leden 1 en 2, geldt het volgende: wanneer de overeenkomstig artikel 16, lid 1, onder a), gemelde totale oppervlakte kleiner is dan het aantal hectares dat aangegeven is in de in artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde financiële toewijzing aan de lidstaat voor het betrokken begrotingsjaar, dan worden de voor dat begrotingsjaar gedeclareerde uitgaven slechts gefinancierd tot een maximum dat berekend wordt door het in lid 1 bedoelde maximaal te vergoeden bedrag evenredig te verlagen aan de hand van het verschil in oppervlakte.

4. Indien de werkelijke uitgaven van een lidstaat voor een bepaald begrotingsjaar lager zijn dan een drempel van 75 % van de in lid 1 bedoelde bedragen, worden de voor het volgende begrotingsjaar te erkennen uitgaven en de daarmee overeenstemmende totale oppervlakte verlaagd met een derde van het verschil tussen deze drempel en de werkelijke uitgaven in de loop van dat begrotingsjaar.

5. Met deze verlaging wordt geen rekening gehouden voor de voor het volgende begrotingsjaar te erkennen uitgaven.

6. Bedragen die overeenkomstig artikel 15, lid 3, door de producenten zijn terugbetaald, worden in mindering gebracht op de te financieren uitgaven.

7. Verwijzingen naar een begrotingsjaar gelden als verwijzingen naar betalingen die de lidstaten van 16 oktober tot en met 15 oktober van het daaropvolgende jaar daadwerkelijk hebben verricht.

Vorige artikelen

Volgende artikelen