Art. 2 Richtlijn 2000/35/EG, Definities

Richtlijn 2000/35/EG

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. "handelstransactie": transactie tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en overheidsinstanties die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding;

"overheidsinstantie": elke aanbestedende instantie of entiteit, zoals omschreven in de Richtlijnen 92/50/EEG(9), 93/36/EEG(10), 93/37/EEG(11) en ook 93/38/EEG(12) betreffende overheidsopdrachten.

"onderneming": elke organisatie die handelt in het kader van haar zelfstandige economische of beroepsmatige activiteit, ook wanneer deze door slechts één persoon wordt uitgeoefend;

2. "betalingsachterstand": overschrijding van de contractuele of wettelijke betalingstermijn;

3. "eigendomsvoorbehoud": contractuele afspraak volgens dewelke de verkoper eigenaar blijft van de goederen in kwestie totdat de prijs volledig is betaald;

4. "door de Europese Centrale Bank voor basisfinancieringstransacties toegepaste interestvoet": de interestvoet die voor zulke transacties wordt toegepast in het geval van vast rentende tenders. Ingeval een basisherfinancieringstransactie wordt uitgevoerd als tender met fluctuerende rente, verwijst deze rentevoet naar de uit deze tender voortvloeiende referentie-interestvoet. Dit geldt zowel voor operaties met vaste als met fluctuerende interestvoet;

5. "executoriale titel": beslissing, uitspraak of bevel tot betaling van een rechter of andere bevoegde autoriteit, strekkende tot onmiddellijke dan wel gespreide betaling, waarbij de schuldeiser wordt gemachtigd zijn vordering op de schuldenaar te doen innen door middel van gedwongen executie; onder deze definitie valt ook een beslissing, uitspraak of bevel tot betaling, die of dat voorlopig executoriaal is en dat blijft, zelfs als de schuldenaar ertegen in beroep gaat.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen