Art. 7 Richtlijn 2000/30/EG
1. De lidstaten verlenen elkaar bijstand voor de toepassing van deze richtlijn. Zij delen elkaar met name mee welke dienst bevoegd is voor het uitvoeren van de controles en welke de contactpersonen zijn.
2. Ernstige gebreken aan bedrijfsvoertuigen van niet-ingezetenen, in het bijzonder die welke tot opschorting van het gebruik hebben geleid, moeten worden gemeld aan de bevoegde instanties van de lidstaat waar het bedrijfsvoertuig is ingeschreven of in het verkeer is gebracht, aan de hand van het rapport van controle van bijlage I, onverminderd de mogelijkheid van vervolging overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat waar het gebrek werd geconstateerd.
Onverminderd artikel 5 kunnen de bevoegde instanties van de lidstaat waar een ernstig gebrek aan een bedrijfsvoertuig van een niet-ingezetene is vastgesteld, de bevoegde instanties van de lidstaat waar het bedrijfsvoertuig ingeschreven is of in het verkeer gebracht is, verzoeken om maatregelen te nemen ten aanzien van de overtreder, bijvoorbeeld om het voertuig opnieuw aan een technische controle te onderwerpen.
De aangezochte bevoegde instanties stellen de bevoegde instanties van de lidstaat die de gebreken aan het bedrijfsvoertuig hebben vastgesteld, in kennis van de eventuele maatregelen die ten aanzien van de overtreder zijn genomen.