Art. 4 Richtlijn 2000/30/EG

Richtlijn 2000/30/EG

1. De technische controle langs de weg bestaat uit één of twee dan wel alle volgende elementen:

a) visuele inspectie van de staat van onderhoud van het bedrijfsvoertuig in stilstand;

b) controle van het recente rapport van de technische controle langs de weg, als bedoeld in artikel 5, of controle van de documenten waaruit overeenstemming blijkt met de technische voorschriften welke op het voertuig van toepassing zijn, en meer bepaald, voor in een lidstaat ingeschreven of in het verkeer gebrachte voertuigen, controle van het document waaruit blijkt dat het bedrijfsvoertuig de verplichte technische controle van Richtlijn 96/96/EG heeft ondergaan;

c) inspectie om onderhoudsgebreken op te sporen. Deze inspectie betreft één of meer of alle gecontroleerde punten van bijlage I, punt 10.

2. De inspectie van de remmen en van de uitlaatemissies wordt uitgevoerd volgens bijlage II.

3. Voordat de controleur de punten van bijlage I, punt 10, controleert, neemt hij het laatste technischecontrolecertificaat en/of een recent rapport van technische controle langs de weg die (dat) eventueel door de bestuurder worden (wordt) voorgelegd, in overweging.

De controleur kan ook elk ander door een erkende instantie afgegeven veiligheidscertificaat, dat eventueel door de bestuurder wordt voorgelegd, in overweging nemen.

Wanneer er blijkens deze certificaten en/of dit rapport in de loop van de laatste drie maanden reeds een inspectie is verricht over een van de punten van bijlage I, punt 10, wordt dit punt niet opnieuw gecontroleerd, tenzij een nieuwe controle gerechtvaardigd is met name wegens een kennelijk gebrek en/of kennelijk niet voldoen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen