Art. 29 Verordening (EG) nr. 2342/1999, Specifieke regeling voor vaarzen

Verordening (EG) nr. 2342/1999

1. De Commissie besluit uiterlijk op 1 november 1999 welke lidstaten voldoen aan de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde voorwaarden.

De betrokken lidstaten stellen de Commissie vóór 1 januari 2000 in kennis van hun voornemen de in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 vastgestelde regeling, hierna "specifieke regeling" genoemd, al dan niet toe te passen en delen in voorkomend geval het door hen vastgestelde specifieke nationale maximum mee. Latere wijzigingen moeten vóór 1 januari van het betrokken jaar ter kennis van de Commissie worden gebracht.

2. Lidstaten die de specifieke regeling toepassen, stellen criteria vast om te garanderen dat de premie wordt toegekend aan veehouders wier vaarzen bestemd zijn voor vernieuwing van het koeienbeslag. Deze criteria kunnen met name een leeftijdsgrens en/of voorwaarden met betrekking tot het ras omvatten.

De lidstaat stelt de Commissie vóór 1 januari van het betrokken jaar in kennis van de vastgestelde criteria. Latere wijzigingen moeten de Commissie vóór 1 januari van het betrokken jaar worden meegedeeld.

3. Wanneer de toepassing van de in artikel 10, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde evenredige vermindering een aantal voor de premie in aanmerking komende dieren oplevert dat geen geheel getal is, wordt voor het gedeelte achter de komma een overeenkomstig gedeelte van het bedrag per eenheid van de premie en, in voorkomend geval, van de in artikel 19 bedoelde aanvullende nationale premie en van het in artikel 32 bedoelde extensiveringsbedrag toegekend. Hierbij wordt alleen met het eerste cijfer achter de komma rekening gehouden.

4. In de lidstaten die de specifieke regeling toepassen, moet de in artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 bedoelde verplichting met betrekking tot het minimumaantal te houden dieren voor 100 % worden nagekomen hetzij voor zoogkoeien, wanneer de producent een aanvraag voor zoogkoeien heeft ingediend, hetzij voor vaarzen, wanneer de producent een aanvraag voor vaarzen heeft ingediend.

5. De artikelen 20 tot en met 28 zijn op de specifieke regeling niet van toepassing.