Art. 7 Verordening (EG) nr. 1258/1999
Verordening (EG) nr. 1258/1999
1. De Commissie stelt, na raadpleging van het comité van het Fonds, de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde besluiten vast.
2. De Commissie neemt een besluit over de maandelijkse voorschotten op basis van de uitgaven die door de erkende betaalorganen zijn gedaan.
De uitgaven in oktober worden gerekend tot de maand oktober indien zij zijn gedaan in de periode van 1 tot en met 15 oktober, en tot de maand november indien zij zijn gedaan in de periode van 16 tot en met 31 oktober. De voorschotten worden aan de lidstaat uitbetaald uiterlijk op de derde werkdag van de tweede maand na die waarin de uitgaven zijn gedaan.
Er kunnen aanvullende voorschotten worden uitbetaald, waarvan het comité van het Fonds bij de volgende raadpleging in kennis wordt gesteld.
3. De Commissie keurt vóór 30 april van het jaar na het betrokken begrotingsjaar op basis van de in lid 1, onder b), van artikel 6 bedoelde gegevens de rekeningen van de betaalorganen goed.
Het besluit tot goedkeuring van de rekeningen heeft betrekking op de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen. Dit besluit belet niet dat op een later tijdstip een besluit wordt genomen overeenkomstig lid 4.
4. De Commissie neemt een besluit over de bedragen die van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde communautaire financiering moeten worden uitgesloten, wanneer zij constateert dat de desbetreffende uitgaven niet overeenkomstig de communautaire voorschriften zijn verricht.
Voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen, doet de Commissie schriftelijk mededeling van de resultaten van de verificaties, en de betrokken lidstaat van zijn antwoorden dienaangaande, waarna beide partijen overeenstemming proberen te bereiken over het daaraan te geven gevolg.
Indien overeenstemming uitblijft, kan de lidstaat vragen om opening van een procedure die de standpunten binnen vier maanden tot elkaar moet brengen; de resultaten daarvan worden neergelegd in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden en door deze instelling wordt bestudeerd voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen.
De Commissie bepaalt de van financiering uit te sluiten bedragen met name aan de hand van de mate waarin de voorschriften niet zijn uitgevoerd. De Commissie houdt daarbij rekening met de aard en de ernst van de inbreuk, alsmede met de voor de Gemeenschap ontstane financiële schade.
Financiering kan niet worden geweigerd voor:
a) in artikel 2 bedoelde uitgaven die meer dan 24 maanden voordat de Commissie de resultaten van de verificaties schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft meegedeeld, zijn gedaan;
b) uitgaven voor in artikel 3 bedoelde maatregelen waarvoor de definitieve betaling meer dan 24 maanden voordat de Commissie de resultaten van de verificaties schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft meegedeeld, is verricht.
De bepaling van de vijfde alinea geldt echter niet voor de financiële consequenties die moeten worden getrokken:
a) uit onregelmatigheden in de zin van artikel 8, lid 2,
b) in verband met nationale steunmaatregelen of inbreuken waarvoor de procedure van artikel 88 of die van artikel 226 van het Verdrag in gang is gezet.
5. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13. Deze bepalingen hebben met name betrekking op de behandeling van de in artikel 5, lid 1, tweede alinea, bedoelde voorschotten, conform de leden 2, 3 en 4, en op de procedures inzake de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde besluiten.