Art. 4 Verordening (EG) nr. 1258/1999

Verordening (EG) nr. 1258/1999

1. Elke lidstaat deelt aan de Commissie mee:

a) welke diensten en instanties erkend zijn voor de uitbetaling van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde uitgaven; deze diensten en instanties worden hierna "betaalorganen" genoemd;

b) indien meer dan één betaalorgaan wordt erkend, welke dienst of instantie hij ermee belast de ter beschikking van de Commissie te stellen gegevens te centraliseren en aan haar te verstrekken enerzijds, en een geharmoniseerde toepassing van de communautaire voorschriften te bevorderen anderzijds; deze dienst of instantie wordt hierna "coördinerende instantie" genoemd.

2. Betaalorganen zijn diensten of instanties van de lidstaten die voor de in hun sector te verrichten betalingen voldoende garanties bieden dat:

a) de ontvankelijkheid van de aanvragen en de overeenstemming ervan met de communautaire regelgeving vóór de verstrekking van de betalingsopdracht worden gecontroleerd;

b) de verrichte betalingen juist en volledig in de boekhouding worden geregistreerd, en

c) de vereiste stukken binnen de gestelde termijn en in de overeenstemming de communautaire regelgeving vereiste vorm worden ingediend.

3. Bij de betaalorganen moeten de bewijsstukken van de verrichte betalingen en de stukken betreffende de uitvoering van de voorgeschreven administratieve en fysieke controles beschikbaar zijn. Wanneer die stukken worden bewaard bij de instanties die de betalingsopdrachten geven, moeten die het betaalorgaan rapporteren over het aantal verrichte controles, de inhoud ervan en de op basis van de bevindingen getroffen maatregelen.

4. Alleen de door erkende betaalorganen gedane uitgaven komen in aanmerking voor financiering door de Gemeenschap.

5. Elke lidstaat beperkt, met inachtneming van zijn grondwettelijke bepalingen en zijn staatsinrichting, het aantal erkende betaalorganen tot het kleinste aantal dat nodig is voor een in administratief en boekhoudkundig opzicht bevredigende afwikkeling van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde uitgaven.

6. Elke lidstaat verstrekt de Commissie de volgende inlichtingen over de betaalorganen:

a) benaming en statuut,

b) administratieve, boekhoudkundige en op de interne controle betrekking hebbende voorwaarden waaronder de betalingen die in verband met de uitvoering van de communautaire voorschriften in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden verricht,

c) het erkenningsbesluit.

De Commissie wordt onverwijld in kennis gesteld van elke wijziging.

7. Wanneer een erkend betaalorgaan niet of niet meer voldoet aan een of meer van de erkenningsvoorwaarden, wordt de erkenning ingetrokken, tenzij het betaalorgaan binnen een naar gelang van de ernst van het probleem vast te stellen termijn de nodige aanpassingen uitvoert. De betrokken lidstaat stelt de Commissie daarvan in kennis.

8. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13.