Art. 37 Verordening (EG) nr. 1257/1999

Verordening (EG) nr. 1257/1999

1. De steun voor plattelandsontwikkeling wordt uitsluitend toegekend voor maatregelen die in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht.

2. Deze maatregelen moeten coherent zijn met de andere takken van communautair beleid en met de in het kader van die beleidstakken ten uitvoer gelegde maatregelen.

Met name kan elke maatregel die binnen de werkingssfeer van deze verordening valt, slechts dan voor steun in het kader van andere communautaire steunregelingen in aanmerking komen, als die maatregel niet onverenigbaar is met welke in deze verordening vastgestelde specifieke voorwaarde ook.

3. Ook de coherentie met de maatregelen die ten uitvoer worden gelegd in het kader van de andere instrumenten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, moet zijn gewaarborgd. Met name dient zorg te worden gedragen voor de coherentie tussen enerzijds de steunmaatregelen voor plattelandsontwikkeling, en anderzijds de maatregelen in het kader van de gemeenschappelijke marktordeningen en de maatregelen inzake de kwaliteit van landbouwproducten en de gezondheid, alsmede de verschillende steunregelingen voor plattelandsontwikkeling.

Hiertoe kan in het kader van deze verordening geen steun worden toegekend voor:

- maatregelen die binnen de werkingssfeer van steunregelingen in het kader van de gemeenschappelijke marktordeningen vallen, behoudens de op objectieve criteria berustende uitzonderingen die op grond van artikel 50 kunnen worden vastgesteld;

- maatregelen om onderzoekprojecten te ondersteunen, promotieactiviteiten voor landbouwproducten te ontplooien of dierziekten uit te roeien.

4. De lidstaten kunnen verdere of restrictievere voorwaarden voor de toekenning van communautaire steun voor plattelandsontwikkeling vaststellen, mits die voorwaarden coherent zijn met de in deze verordening vastgestelde doelstellingen en eisen.