Art. 30 Verordening (EG) nr. 1257/1999
Verordening (EG) nr. 1257/1999
1. De steun voor de bosbouw heeft betrekking op één of meer van de volgende maatregelen:
- bebossing van daarvoor niet krachtens artikel 31 in aanmerking komende grond, mits de betreffende aanplant is aangepast aan de plaatselijke omstandigheden en verenigbaar is met het milieu;
- investeringen in bossen, in het bijzonder om de economische, ecologische of maatschappelijke waarde van die bossen te vergroten,
- investeringen om de oogst, verwerking en afzet van bosproducten te verbeteren en te rationaliseren; voor investeringen met betrekking tot het gebruik van hout als grondstof geldt een beperking tot alle handelingen die aan industriële verwerking voorafgaan,
- de bevordering van nieuwe afzet- en gebruiksmogelijkheden voor bosbouwproducten,
- de instelling van verenigingen van boseigenaren, opgericht om de leden van die verenigingen te helpen bij een duurzamer en doelmatiger beheer van hun bossen,
- het herstel van het productiepotentieel van bossen die door een natuurramp of brand zijn beschadigd, en het treffen van passende preventieve voorzieningen.
2. De bepalingen van de hoofdstukken I en VII, met uitzondering van artikel 7, tweede alinea, zijn al naargelang het geval, van toepassing op investeringssteun.