Art. 29 Verordening (EG) nr. 1257/1999

Verordening (EG) nr. 1257/1999

1. De steun voor de bosbouw draagt bij tot de instandhouding en de ontwikkeling van de economische, ecologische en maatschappelijke functies van bossen in plattelandsgebieden.

2. Deze steun draagt in het bijzonder bij tot het bereiken van één of meer van de volgende doelstellingen:

- duurzaam beheer van de bossen en duurzame ontwikkeling van de bosbouw,

- onderhoud en verbetering van de bosrijkdommen,

- de uitbreiding van de oppervlakten bos.

3. Deze steun wordt slechts verleend voor bossen en gronden die eigendom zijn van particuliere personen of verenigingen daarvan, of van gemeenten of verenigingen daarvan. Deze beperking geldt niet voor de in artikel 30, lid 1, zesde streepje, bedoelde maatregelen.

4. Deze steun draagt bij tot de nakoming van de verbintenissen die de Gemeenschap en de lidstaten op internationaal niveau zijn aangegaan. Deze steun wordt gebaseerd op de nationale of subnationale bosplannen of gelijkwaardige instrumenten waarin rekening wordt gehouden met de verbintenissen die zijn aangegaan tijdens de ministeriële conferenties over de bescherming van de bossen in Europa.

5. Krachtens deze verordening voorgestelde maatregelen in gebieden die bij Verordening (EEG) nr. 2158/92(19) zijn ingedeeld bij de klasse zeer brandgevaarlijk of middelmatig brandgevaarlijk, moeten in overeenstemming zijn met de krachtens Verordening (EEG) nr. 2158/92 door de lidstaten ingediende plannen voor de bescherming van de bossen.