Art. 31 Verordening (EG) nr. 1255/1999

Verordening (EG) nr. 1255/1999

1. Voorzover nodig om de uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten, in ongewijzigde staat of in de vorm van in bijlage II opgenomen goederen wanneer het de in artikel 1, onder a), b), c), d), e) en g), bedoelde producten betreft, op basis van de prijzen van deze producten in de internationale handel mogelijk te maken en binnen de grenzen die voortvloeien uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, kan het verschil tussen deze prijzen en die in de Gemeenschap door een restitutie bij uitvoer worden overbrugd.

De restitutie voor uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten in de vorm van in bijlage II opgenomen goederen mag niet hoger zijn dan de restitutie voor de uitvoer van die producten in ongewijzigde staat.

2. Voor de toewijzing van de hoeveelheden die met restitutie kunnen worden uitgevoerd, wordt de methode vastgesteld:

a) die het best overeenstemt met de aard van het product en met de marktsituatie in kwestie, zodat de beschikbare middelen zo doeltreffend mogelijk gebruikt kunnen worden rekening houdend met de doeltreffendheid en met de structuur van de uitvoer van de Gemeenschap, doch zonder dat dit leidt tot discriminatie tussen kleine en grote marktdeelnemers;

b) die, gezien de beheerseisen, administratief het minst belastend is voor de marktdeelnemers;

c) waarmee elke vorm van discriminatie tussen de betrokken marktdeelnemers voorkomen wordt.

3. De restitutie is voor de gehele Gemeenschap gelijk.

Zij kan variëren naar gelang van de bestemming, indien de situatie in de internationale handel of de specifieke vereisten van bepaalde markten dat noodzakelijk maakt of maken.

De restituties worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 42. Zij kunnen:

a) periodiek worden vastgesteld;

b) via inschrijving worden vastgesteld, voor de producten waarvoor deze procedure in het verleden gold.

Behalve bij vaststelling via openbare inschrijving, worden de lijst van producten waarvoor een restitutie wordt toegekend, en het bedrag van deze restitutie ten minste eenmaal per vier weken vastgesteld. Het bedrag van de restituties kan echter gedurende meer dan vier weken op hetzelfde niveau gehandhaafd blijven en zo nodig in de tussentijd door de Commissie op verzoek van een lidstaat dan wel op eigen initiatief worden gewijzigd. Voor de in artikel 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage II van deze verordening opgenomen goederen kan er evenwel volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad(20) een andere vaststellingsfrequentie worden bepaald.

4. Bij de vaststelling van de restituties voor de in artikel 1 bedoelde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, worden de volgende factoren in aanmerking genomen:

a) de situatie en de vooruitzichten van:

- de prijzen en de beschikbaarheid van melk en zuivelproducten op de markt van de Gemeenschap;

- de prijzen van melk en zuivelproducten in de internationale handel;

b) de gunstigste afzetkosten en vervoerkosten vanaf de markten van de Gemeenschap tot de havens of andere plaatsen van uitvoer van de Gemeenschap, alsmede de aanvoerkosten tot de landen van bestemming; de vraag op de markt van de Gemeenschap;

c) de doelstellingen van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten, namelijk te zorgen voor een evenwichtige situatie van deze markten en een natuurlijke ontwikkeling inzake prijzen en handelsverkeer;

d) de limieten die voortvloeien uit overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten overeenkomsten;

e) het belang om verstoring van de markt van de Gemeenschap te voorkomen;

f) het economische aspect van de beoogde uitvoer.

Er wordt met name ook rekening gehouden met de noodzaak een evenwicht tot stand te brengen tussen het gebruik van grondstoffen uit de Gemeenschap voor uitvoer van verwerkte goederen naar derde landen en het gebruik van tot het actieve veredelingsverkeer toegelaten producten uit deze landen.

5. Voor de in artikel 1 bedoelde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, worden:

a) de in lid 1 bedoelde prijzen in de Gemeenschap vastgesteld rekening houdend met de gehanteerde prijzen die het gunstigst blijken met het oog op uitvoer,

b) de in lid 1 bedoelde prijzen in de internationale handel vastgesteld op basis van met name:

- de prijzen op de markten van derde landen,

- de gunstigste prijzen bij invoer van producten van oorsprong uit derde landen in de derde landen van bestemming,

- de in de uitvoerende derde landen geconstateerde productieprijzen, in voorkomend geval rekening houdend met de door deze landen toegekende subsidies,

- de aanbiedingsprijzen franco grens van de Gemeenschap.

6. Voor de in lid 1 bedoelde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, wordt de restitutie uitsluitend toegekend op aanvraag en na overlegging van het uitvoercertificaat.

7. De restitutie bij uitvoer van de in artikel 1 bedoelde producten die in ongewijzigde staat worden uitgevoerd, is het bedrag dat geldt op de dag van de aanvraag van het certificaat en, wat een gedifferentieerde restitutie betreft, de restitutie die op diezelfde dag geldt:

a) voor de op het certificaat aangegeven bestemming of, eventueel,

b) voor de werkelijke bestemming, indien deze verschilt van de op het certificaat aangegeven bestemming. In dat geval mag het toepasselijke bedrag niet hoger zijn dan het bedrag dat geldt voor de op het certificaat vermelde bestemming.

Er kunnen passende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat misbruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin dit lid voorziet.

8. De bepalingen van de leden 6 en 7 kunnen volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93 worden uitgebreid tot de in artikel 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage II opgenomen goederen.

9. Voor de in artikel 1 bedoelde producten waarvoor restituties worden toegekend in het kader van voedselhulpacties, kan volgens de procedure van artikel 42 van de bepalingen van de leden 6 en 7 worden afgeweken.

10. De restitutie wordt uitbetaald wanneer is aangetoond dat de producten:

- van oorsprong uit de Gemeenschap zijn,

- uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd, en

- in geval van een gedifferentieerde restitutie, onverminderd lid 7, onder b), de op het certificaat vermelde bestemming of een andere bestemming waarvoor een restitutie is vastgesteld, hebben bereikt. Van deze regel kan worden afgeweken volgens de procedure van artikel 42, behoudens nader te bepalen voorwaarden die gelijke waarborgen bieden.

11. Onverminderd het bepaalde in lid 10, eerste streepje, wordt, tenzij volgens de procedure van artikel 42 in een afwijking is voorzien, bij de uitvoer van uit derde landen ingevoerde en opnieuw naar derde landen uitgevoerde producten geen restitutie verleend.

12. Voor de in artikel 1 bedoelde producten die in de vorm van in bijlage II van deze verordening opgenomen goederen worden uitgevoerd, gelden de leden 10 en 11 uitsluitend voor de goederen van de volgende GN-codes:

- 0405 20 30 (zuivelpasta's met een vetgehalte van 60 of meer gewichtspercenten doch niet meer dan 75 gewichtspercenten),

- 1806 90 60 tot en met 1806 90 90 (bepaalde cacao bevattende producten),

- 1901 (bepaalde bereidingen voor menselijke consumptie van meel enz.),

- 2106 90 98 (bepaalde niet elders genoemde producten voor menselijke consumptie), met een hoog gehalte aan zuivelcomponenten.

13. De inachtneming van de maxima met betrekking tot de hoeveelheden, voortvloeiend uit de overeenkomsten die zijn gesloten in overeenstemming met artikel 300 van het Verdrag, wordt gewaarborgd op basis van de uitvoercertificaten die worden afgegeven uit hoofde van de daarin vermelde referentieperiodes voor de betrokken producten. Wat betreft het nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake de landbouw, laat het verstrijken van een referentieperiode de geldigheid van de uitvoercertificaten onverlet.

14. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel, met inbegrip van de bepalingen betreffende de herverdeling van de niet toegewezen of niet benutte hoeveelheden die voor uitvoer in aanmerking komen, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 42. De bepalingen betreffende de uitvoering van de leden 8, 10, 11 en 12 worden, voor de in lid 1 bedoelde producten die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage II van deze verordening opgenomen goederen, vastgesteld volgens de procedure van artikel 16 van Verordening (EG) nr. 3448/93.

Uitspraken die dit artikel aanhalen