Art. 26 Verordening (EG) nr. 1255/1999

Verordening (EG) nr. 1255/1999

1. Voor alle invoer in de Gemeenschap van de in artikel 1 bedoelde producten moet een invoercertificaat worden overgelegd. Voor alle uitvoer van deze producten uit de Gemeenschap kan een uitvoercertificaat verplicht worden gesteld.

2. Het certificaat wordt, onverminderd de bepalingen voor de toepassing van de artikelen 29, 30 en 31, door de lidstaten afgegeven aan elke belanghebbende die daarom verzoekt, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Invoer- en uitvoercertificaten zijn geldig in de hele Gemeenschap. De afgifte van deze certificaten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid, als garantie dat zal worden voldaan aan de verplichting tot in- of uitvoer tijdens de geldigheidsduur van het certificaat; behoudens in geval van overmacht wordt deze zekerheid geheel of gedeeltelijk verbeurd als de transactie niet of slechts ten dele binnen deze termijn wordt uitgevoerd.

3. Volgens de procedure van artikel 42 worden door de Commissie vastgesteld:

a) de lijst van de producten waarvoor uitvoercertificaten worden geëist,

b) de geldigheidsduur van de certificaten, en

c) de andere uitvoeringsbepalingen van dit artikel.

Uitspraken die dit artikel aanhalen