Art. 3 Richtlijn 1999/31/EG, Toepassingsgebied

Richtlijn 1999/31/EG

1. De lidstaten passen deze richtlijn toe op elke stortplaats als omschreven in artikel 2, onder g).

2. Onverminderd de bestaande Gemeenschapswetgeving zijn van het toepassingsgebied van deze richtlijn uitgesloten:

- de verspreiding op de bodem van slib, met inbegrip van zuiveringsslib en baggerspecie, alsmede soortgelijke stoffen, voor bemesting en grondverbetering,

- het gebruik van inerte afvalstoffen die bruikbaar zijn voor terreinophoging/terreinverbetering en aanaarding of voor bouwdoeleinden, op stortplaatsen,

- het storten van ongevaarlijke baggerspecie langs kleine waterwegen waaruit die specie afkomstig is en van ongevaarlijke specie in oppervlaktewater, met inbegrip van de bedding en haar ondergrond,

- het storten van onverontreinigde grond of ongevaarlijke inerte afvalstoffen die afkomstig zijn uit de prospectie en de winning, de behandeling en de opslag van mineralen of van de exploitatie van steengroeven.

3. Onverminderd Richtlijn 75/442/EEG kunnen de lidstaten desgewenst verklaren dat het storten van ongevaarlijke afvalstoffen, als nader te omschrijven door het comité van artikel 17, niet zijnde inerte afvalstoffen, die afkomstig zijn van de prospectie en de winning, de behandeling en de opslag van mineralen of van de exploitatie van steengroeven en zodanig gestort worden dat milieuverontreiniging en schade aan de menselijke gezondheid worden voorkomen, kan worden vrijgesteld van het bepaalde in bijlage I, de punten 2, 3.1, 3.2 en 3.3.

4. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 75/442/EEG mogen de lidstaten desgewenst artikel 6, onder d), artikel 7, onder i), artikel 8, onder a), iv), artikel 10, artikel 11, lid 1, onder a), b) en c), artikel 12, onder a) en c), bijlage I, punt 3 en punt 4, bijlage II (uitgezonderd punt 3, niveau 3, en punt 4) en bijlage III, punten 3 tot en met 5, gedeeltelijk of in hun geheel als niet van toepassing verklaren voor:

a) stortplaatsen voor ongevaarlijke of inerte afvalstoffen met een totale capaciteit van hoogstens 15000 ton of met een jaarlijkse aanvoer van hoogstens 1000 ton op eilanden waar slechts één stortplaats is, indien die stortplaats uitsluitend bestemd is voor op het eiland ontstaan afval; zodra deze totale capaciteit is bereikt, moet elke nieuwe stortplaats op het eiland voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn;

b) stortplaatsen voor ongevaarlijke of inerte afvalstoffen in afgelegen woongebieden, wanneer die stortplaatsen uitsluitend bestemd zijn voor in die afgelegen woongebieden ontstaan afval.

Uiterlijk twee jaar na de in artikel 18, lid 1, genoemde datum zenden de lidstaten de Commissie de lijst toe van de eilanden en afgelegen woongebieden waarvoor deze vrijstelling geldt. De Commissie maakt de lijst van eilanden en afgelegen woongebieden bekend.

5. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 75/442/EEG kunnen de lidstaten desgewenst verklaren dat ondergrondse opslag als omschreven in artikel 2, onder f), vrijgesteld kan worden van de voorschriften van artikel 13, onder d), en van bijlage I, punt 2 (behalve eerste streepje), en de punten 3 tot en met 5, en van bijlage III, de punten 2, 3 en 5.

Uitspraken die dit artikel aanhalen