Art. 19 Verordening (EG) nr. 850/98

Verordening (EG) nr. 850/98

1. Ondermaatse mariene organismen mogen niet aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moeten onmiddellijk in zee worden teruggezet.

2. Lid 1 is niet van toepassing:

a) op sardine, ansjovis, haring, horsmakreel en makreel, voor maximaal 10 % van het levend gewicht van de totale vangsten die van elk van die soorten aan boord worden gehouden. Het percentage ondermaatse sardine, ansjovis, haring, horsmakreel en makreel wordt berekend ten opzichte van het levend gewicht van de totale hoeveelheid mariene organismen die na sortering of bij aanvoer aan boord is. De percentages mogen worden berekend aan de hand van een of meer representatieve monsters. Het maximum van 10 % mag tijdens het overladen, de aanvoer, het vervoer, de opslag, de uitstalling en de verkoop niet worden overschreden;

b) op andere mariene organismen dan die welke in de bijlagen I tot en met V zijn gedefinieerd als doelsoorten voor de maaswijdteklassen kleiner dan 16 mm of van 16 tot en met 31 mm en zijn gevangen met sleepnetten met een maaswijdte van minder dan 32 mm, op voorwaarde dat de genoemde organismen niet zijn gesorteerd en niet voor menselijke consumptie worden verkocht, uitgestald of te koop aangeboden.

3. Ondermaatse sardine, ansjovis, horsmakreel of makreel die is gevangen om als levend aas te worden gebruikt, mag echter aan boord worden gehouden, op voorwaarde dat ervoor wordt gezorgd dat deze soorten in leven blijven.