Art. 18 Verordening (EG) nr. 850/98
1. Mariene organismen worden gemeten overeenkomstig bijlage XIII.
2. Als meer dan één methode voor het meten van een marien organisme toegestaan is, wordt het organisme geacht de minimummaat te hebben als de maat volgens een van deze methoden gelijk is aan of groter dan de voor de betrokken soort geldende minimummaat.
3. Zeekreeften, langoesten, tweekleppige en buikpotige weekdieren die behoren tot een van de soorten waarvoor in bijlage XII minimummaten zijn vastgesteld, mogen slechts in hun geheel aan boord gehouden en aangevoerd worden.
4. a) Noordzeekrabben mogen slechts in hun geheel aan boord gehouden en aangevoerd worden.
b) Een bepaalde hoeveelheid aan boord of bij aanvoer mag evenwel uit losse scharen bestaan, op voorwaarde dat die hoeveelheid niet groter is dan 5 % van het gewicht van de totale vangst aan Noordzeekrabben en delen daarvan die aan boord gehouden en aangevoerd wordt.