Art. 14 Richtlijn 98/56/EG
1. In voorkomend geval worden in de lidstaten op monsters proeven of tests uitgevoerd om na te gaan of het teeltmateriaal voldoet aan de vereisten en voorwaarden van deze richtlijn. De Commissie kan toezicht door vertegenwoordigers van de lidstaten en van de Commissie op de proeven organiseren.
2. Volgens de procedure van artikel 17 kan worden beslist of het noodzakelijk is op communautair niveau proeven of tests uit te voeren met hetzelfde doel als beoogd in lid 1. De Commissie kan toezicht door vertegenwoordigers van de lidstaten en van de Commissie op de communautaire proeven organiseren.
3. De in leden 1 en 2 bedoelde proeven of tests worden aangewend om de technische methoden voor het onderzoek van teeltmateriaal te harmoniseren. Over de proeven of tests worden voortgangsrapporten aan de Commissie toegezonden en voorgelegd aan het comité van artikel 17.
4. De Commissie zorgt ervoor dat in passende gevallen in het in artikel 17 bedoelde comité regelingen worden getroffen voor coördinatie en uitvoering van en toezicht op de in de leden 1 en 2 bedoelde proeven, alsmede voor de beoordeling van de uitkomsten van die proeven. Wanneer zich problemen voordoen met betrekking tot de onder Richtlijn 77/93/EEG vallende organismen, brengt de Commissie het Permanent Plantenziektekundig Comité op de hoogte, dat eveneens moet worden geraadpleegd over protocollen voor communautaire proeven wanneer die verband houden met de onder Richtlijn 77/93/EEG vallende organismen. Bij de proeven kan ook in derde landen geproduceerd teeltmateriaal worden onderzocht.