Art. 3 Verordening (EG) nr. 2027/97

Verordening (EG) nr. 2027/97

1. a) De aansprakelijkheid van een luchtvervoerder van de Gemeenschap voor de schade bij overlijden, verwonding of enig ander lichamelijk letsel van een passagier ten gevolge van een ongeval, is niet aan enig bij wet, verdrag of overeenkomst gesteld maximumbedrag onderworpen.

b) De bij artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 2407/92 opgelegde verzekeringsplicht houdt in dat een luchtvervoerder van de Gemeenschap zich verzekert tegen aansprakelijkheid tot het in lid 2 gestelde maximum, en daarboven tot een redelijk niveau.

2. Voor schadevergoedingen tot een maximum van 100 000 in ecu-equivalenten uitgedrukte BTR kan de luchtvervoerder van de Gemeenschap zijn aansprakelijkheid niet uitsluiten of beperken door te bewijzen dat hij en zijn ondergeschikten alle nodige maatregelen hebben getroffen om de schade te vermijden of dat het voor hem of hen onmogelijk was dergelijke maatregelen te treffen.

3. Onverminderd lid 2 kan de luchtvervoerder van de Gemeenschap die het bewijs levert dat de schade was veroorzaakt of in de hand gewerkt door de nalatigheid van de gewonde of overleden passagier, overeenkomstig het toepasselijke recht, geheel of gedeeltelijk van zijn aansprakelijkheid worden ontheven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen