Art. 2 Verordening (EG) nr. 2027/97
1. In deze verordening wordt verstaan onder:
a) "luchtvervoerder": een luchtvervoeronderneming met een geldige exploitatievergunning;
b) "luchtvervoerder van de Gemeenschap": een luchtvervoerder met een door een lidstaat overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2407/92 afgegeven geldige exploitatievergunning;
c) "schadevergoedingsgerechtigde": een passagier of elke persoon die volgens het toepasselijke recht gerechtigd is om met betrekking tot die passagier schadeloosstelling te verlangen;
d) "ecu": de rekeneenheid, zoals gebruikt bij de opstelling van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig de artikelen 207 en 209 van het Verdrag;
e) "BTR": een bijzonder trekkingsrecht, als gedefinieerd door het Internationaal Monetair Fonds;
f) "Verdrag van Warschau": het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer, ondertekend te Warschau op 12 oktober 1929, of het Verdrag van Warschau zoals dat op 28 september 1955 is gewijzigd te s-Gravenhage en het Verdrag ter aanvulling van het Verdrag van Warschau, ondertekend te Guadalajara op 18 september 1961 - al naar gelang van het Verdrag dat van toepassing is op het contract voor passagiersvervoer, tezamen met alle internationale instrumenten die daarop voortbouwen en daarmee verband houden en van kracht zijn.
2. Aan in deze verordening voorkomende begrippen die niet in lid 1 zijn omschreven, wordt dezelfde betekenis gehecht als daaraan in het Verdrag van Warschau wordt gegeven.