Art. 25 Verordening (EG) nr. 2026/97, Overleg

Verordening (EG) nr. 2026/97

1. Overleg waarin deze verordening voorziet, met uitzondering van het overleg bedoeld in artikel 10, lid 9, en in artikel 11, lid 10, gebeurt in een raadgevend comité dat uit vertegenwoordigers van elke lidstaat bestaat en dat een vertegenwoordiger van de Commissie als voorzitter heeft. Overleg gebeurt onverwijld op verzoek van een lidstaat of op initiatief van de Commissie en in ieder geval binnen een tijdsbestek, da het mogelijk maakt de in deze verordening vastgestelde termijnen na te leven.

2. Het comité komt op uitnodiging van de voorzitter bijeen. Deze verstrekt de lidstaten zo spoedig mogelijk alle relevante informatie.

3. Zo nodig kan het overleg uitsluitend schriftelijk geschieden. In dat geval deelt de Commissie dit aan de lidstaten mede onder opgave van de termijn waarbinnen zij hun standpunt kenbaar kunnen maken of om mondeling overleg kunnen verzoeken. Het mondelinge overleg wordt door de voorzitter geregeld, mits het binnen een tijdsbestek kan gebeuren dat het mogelijk maakt de in deze verordening vastgestelde termijnen na te leven.

4. Het overleg heeft met name betrekking op:

a) het bestaan van tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies en de methoden om de hoogte daarvan vast te stellen;

b) het bestaan en de omvang van de schade;

c) het oorzakelijke verband tussen de invoer met subsidie en de schade;

d) de maatregelen die in de gegeven omstandigheden passend zijn om schade die door tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies is veroorzaakt, te voorkomen of weg te nemen en de wijze waarop deze maatregelen ten uitvoer worden gelegd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen