Art. 24, Algemene bepalingen

1. Voorlopige of definitieve compenserende rechten worden bij verordening ingesteld en worden door de lidstaten geïnd in de vorm en voor het bedrag als in die verordening vermeld en met inachtneming van de andere daarin vermelde criteria. Deze rechten worden ook onafhankelijk van de normaal op invoer rustende douanerechten, belastingen en andere heffingen geïnd. Van geen enkel product kunnen met het doel het hoofd te bieden aan een en dezelfde situatie die door dumping of door de subsidiëring bij uitvoer ontstaat, zowel antidumpingrechten als compenserende rechten worden geheven.

2. Verordeningen tot instelling van voorlopige of van definitieve compenserende rechten en verordeningen of besluiten tot aanvaarding van verbintenissen of tot beëindiging van onderzoeken of procedures worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Deze verordeningen of besluiten bevatten, in het bijzonder, en met inachtneming van de verplichting tot bescherming van vertrouwelijke gegevens, indien mogelijk, de namen van de betrokken exporteurs, of van de betrokken landen, een omschrijving van het product en een samenvatting van de belangrijkste feiten en overwegingen die voor de bevindingen inzake subsidiëring en schade relevant zijn. In elk afzonderlijk geval wordt een kopie van de verordening of van het besluit aan de bekende belanghebbenden gezonden. De bepalingen van dit lid zijn op nieuwe onderzoeken van overeenkomstige toepassing.

3. Uit hoofde van deze verordening kunnen bijzondere bepalingen worden vastgesteld, in het bijzonder wat de gemeenschappelijke definitie betreft van het begrip "oorsprong van goederen" als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (5).

4. Indien dit in het belang van de Gemeenschap is, mogen maatregelen die op grond van deze verordening zijn vastgesteld, na raadpleging van het raadgevend comité, bij besluit van de Commissie voor een periode van ten hoogste negen maanden worden geschorst. De Raad kan, met een gewone meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie, besluiten de schorsing met ten hoogste één jaar te verlengen. De maatregelen mogen uitsluitend worden geschorst indien de marktverhoudingen tijdelijk in zodanige mate zijn gewijzigd dat het onwaarschijnlijk is dat de schorsing opnieuw tot schade zal leiden, mits de bedrijfstak van de Gemeenschap in de gelegenheid is gesteld opmerkingen te maken en met die opmerkingen rekening is gehouden. Maatregelen kunnen na overleg te allen tijde weer worden ingesteld indien de reden voor schorsing niet meer geldt.

5. De Commissie kan, na raadpleging van het raadgevend comité, de douaneautoriteiten opdracht geven passende maatregelen te nemen om de invoer te registreren, zodat vervolgens, met ingang van de datum van registratie, van de betrokken producten rechten kunnen worden geheven. Tot registratie van de invoer kan worden overgegaan naar aanleiding van een door de bedrijfstak van de Gemeenschap ingediend verzoek dat voldoende bewijsmateriaal bevat om een dergelijke maatregel te rechtvaardigen. De registratie wordt ingevoerd bij verordening waarin het doel van de maatregel wordt uiteengezet en waarin, zo nodig, een raming van de bedragen aan rechten die in de toekomst verschuldigd kunnen zijn, wordt opgenomen. Registratie van de invoer geschiedt niet voor een periode van langer dan negen maanden.

6. De lidstaten brengen de Commissie over de invoer van producten die het voorwerp van onderzoeken en van maatregelen zijn, maandelijks verslag uit en doen daarbij opgave van het op grond van deze verordening geheven bedrag aan rechten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen