Art. 1 Verordening (EG) nr. 2026/97, Beginselen

Verordening (EG) nr. 2026/97

1. Compenserende rechten kunnen worden ingesteld om elke subsidie te neutraliseren die rechtstreeks of onrechtstreeks wordt toegekend voor de vervaardiging, de productie, de uitvoer of het vervoer van een product waarvan het in de Gemeenschap in het vrije verkeer brengen schade veroorzaakt.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt een product geacht te worden gesubsidieerd indien daarvoor een subsidie wordt toegekend waartegen compenserende maatregelen kunnen worden genomen zoals omschreven in de artikelen 2 en 3.

3. Een dergelijke subsidie kan door de overheid van het land van oorsprong van het ingevoerde product worden verleend of door die van een tussenliggend land vanwaaruit het product naar de Gemeenschap wordt uitgevoerd, welk laatstbedoeld land voor de doeleinden van deze verordening "land van uitvoer" wordt genoemd.

In deze verordening wordt onder "overheid" verstaan, elke overheidsinstantie op het grondgebied van het land van oorsprong of van uitvoer.

4. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 zijn de bepalingen van deze verordening volledig van toepassing op producten die niet rechtstreeks vanuit het land van oorsprong, maar vanuit een tussenliggend land naar de Gemeenschap worden uitgevoerd. De desbetreffende transactie(s) wordt, respectievelijk worden beschouwd als tussen het land van oorsprong en de Gemeenschap te zijn geschied.

5. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "soortgelijk product" verstaan, een product dat identiek is, hetgeen wil zeggen een product dat in ieder opzicht gelijk aan het betrokken product is of, bij gebreke van een dergelijk product, een ander product dat, hoewel het niet in ieder opzicht gelijk is, kenmerken vertoont die sterk op die van het betrokken product gelijken.

Volgende artikelen