Art. 9 Richtlijn 97/67/EG

Richtlijn 97/67/EG

1. Voor niet-voorbehouden diensten die buiten het toepassingsgebied van de universele dienst als omschreven in artikel 3 vallen, kunnen de lidstaten algemene machtigingen instellen, voorzover dit noodzakelijk is om de naleving van de essentiële eisen te waarborgen.

2. Voor niet-voorbehouden diensten die binnen het toepassingsgebied van de universele dienst als omschreven in artikel 3 vallen, kunnen de lidstaten machtigingsprocedures instellen, met inbegrip van individuele vergunningen, voorzover dit noodzakelijk is om de naleving van de essentiële eisen te waarborgen en de universele dienst te vrijwaren.

Het verlenen van vergunningen

- kan eventueel onderworpen worden aan verplichtingen betreffende het leveren van de universele dienst;

- kan zo nodig inhouden dat eisen inzake de kwaliteit, de beschikbaarheid en de prestaties van de betrokken diensten worden opgelegd;

- kan onderworpen worden aan de voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan de uitsluitende en bijzondere rechten die met betrekking tot de overeenkomstig artikel 7, lid 1 en lid 2, voorbehouden postdiensten aan de leverancier(s) van de universele dienst zijn verleend.

3. De procedures van de leden 1 en 2 moeten transparant en niet-discriminerend zijn, voldoen aan het evenredigheidsbeginsel en gebaseerd zijn op objectieve criteria. De lidstaten zien erop toe dat de redenen waarom een vergunning geheel of gedeeltelijk geweigerd wordt, aan de aanvrager worden meegedeeld, en stellen een beroepsprocedure in.

4. Met het oog op de vrijwaring van de universele dienst kan een lidstaat, wanneer hij vaststelt dat de verplichtingen betreffende de universele dienst als bepaald in deze richtlijn voor de leverancier van de universele dienst een onevenredige financiële last inhouden, daartoe een compensatiefonds instellen dat wordt beheerd door een van de begunstigde(n) onafhankelijke instantie. In dat geval kan deze lidstaat het verlenen van de vergunning onderwerpen aan de verplichting financieel aan dit fonds bij te dragen. De lidstaat ziet erop toe dat bij de instelling van dit compensatiefonds en de vaststelling van het niveau van de financiële bijdragen de beginselen van doorzichtigheid, non-discriminatie en proportionaliteit worden nageleefd. Alleen de in artikel 3 van deze richtlijn genoemde diensten mogen op deze wijze worden gefinancierd.

5. De lidstaten kunnen een systeem voor het kenmerken van direct mail invoeren om controle van die dienst mogelijk te maken wanneer hij wordt geliberaliseerd.