Art. 18 Richtlijn 97/33/EG, Kennisgeving
1. De lidstaten dragen er zorg voor dat de nationale regelgevende instanties voor de uitvoering van de in deze richtlijn genoemde taken over de nodige middelen beschikken en stellen de Commissie uiterlijk op 31 januari 1997 in kennis van de nationale regelgevende instanties die voor de uitvoering van die taken verantwoordelijk zijn.
2. De nationale regelgevende instanties stellen de Commissie uiterlijk op 31 januari 1997, en bij latere verandering onmiddellijk, in kennis van de namen van de organisaties die:
- een verplichting inzake universele dienst hebben voor de verstrekking van de in bijlage I, deel 1, vermelde openbare telecommunicatienetwerken en algemeen beschikbare telecommunicatiediensten en die gerechtigd zijn volgens de procedure van artikel 5, lid 2, rechtstreeks een bijdrage aan de nettokosten van de universele dienst te innen;
- onderworpen zijn aan de bepalingen van deze richtlijn betreffende organisaties met een aanmerkelijke macht op de markt;
- onder bijlage II vallen.
De Commissie kan de nationale regelgevende instanties verzoeken om opgave van de redenen waarom een organisatie als al dan niet beschikkend over een aanmerkelijke macht op de markt wordt ingedeeld.
3. De Commissie maakt de in lid 2 bedoelde namen van de organisaties bekend in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.