Art. 3 Richtlijn 97/13/EG, Beginselen waaraan machtigingen dienen te voldoen

Richtlijn 97/13/EG

1. Indien de lidstaten de verstrekking van een telecommunicatiedienst aan een machtiging onderwerpen, dienen dergelijke machtigingen en de daaraan te verbinden voorwaarden met de in de leden 2, 3 en 4 vervatte beginselen in overeenstemming te zijn.

2. Machtigingen mogen slechts de in de bijlage vermelde voorwaarden bevatten. Bovendien dienen dergelijke voorwaarden objectief te worden gerechtvaardigd in verband met de desbetreffende dienst, en dienen zij niet-discriminerend, proportioneel en doorzichtig te zijn.

3. De lidstaten dragen er zorg voor dat telecommunicatiediensten en/of telecommunicatienetwerken ofwel zonder machtiging, ofwel op basis van algemene machtigingen kunnen worden verstrekt, waar nodig aangevuld met rechten en verplichtingen die een individuele beoordeling van aanvragen vereisen en tot een of meer individuele vergunningen leiden. De lidstaten mogen slechts dan een individuele vergunning afgeven indien de begunstigde toegang tot schaarse materiële of andere hulpbronnen verkrijgt of indien deze aan bijzondere verplichtingen is onderworpen of bijzondere rechten geniet overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk III.

4. De lidstaten dienen hun machtigingsregelingen zodanig op te zetten en toe te passen dat het verstrekken van telecommunicatiediensten tussen lidstaten erdoor wordt vergemakkelijkt.

Uitspraken die dit artikel aanhalen