Art. 7 Verordening (EG) nr. 384/96, Voorlopige maatregelen

Verordening (EG) nr. 384/96

1. Voorlopige rechten kunnen worden ingesteld indien een procedure is ingeleid overeenkomstig artikel 5, hiervan bericht is gegeven en belanghebbenden overeenkomstig artikel 5, lid 10, voldoende gelegenheid hebben gehad, inlichtingen te verstrekken en opmerkingen te maken, er voorlopig is vastgesteld dat dumping plaatsvindt en daaruit schade voor een bedrijfstak van de Gemeenschap voortvloeit, en het belang van de Gemeenschap maatregelen ter voorkoming van dergelijke schade noodzakelijk maakt. Voorlopige rechten worden niet eerder dan 60 dagen en niet later dan negen maanden na de inleiding van de procedure ingesteld.

2. Het voorlopige anti-dumpingrecht mag niet hoger zijn dan de voorlopig vastgestelde dumpingmarge en dient lager te zijn dan deze marge indien dit lagere recht toereikend is om de schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap weg te nemen.

3. De voorlopige rechten worden door een zekerheid gewaarborgd waarbij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de betrokken produkten afhankelijk is van de bepalingen van een dergelijke zekerheid.

4. De Commissie stelt voorlopige rechten in na overleg of, in bijzonder dringende omstandigheden, na de Lid-Staten hiervan in kennis te hebben gesteld. In het laatste geval geschiedt dit overleg uiterlijk tien dagen na de datum waarop de Lid-Staten van de door de Commissie genomen maatregelen in kennis zijn gesteld.

5. Wanneer een Lid-Staat om het onmiddellijke optreden van de Commissie verzoekt en aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, beslist de Commissie binnen ten hoogste vijf werkdagen na de ontvangst van het verzoek, of een voorlopig anti-dumpingrecht wordt ingesteld.

6. De Commissie stelt de Raad en de Lid-Staten onverwijld in kennis van elke beslissing die zij uit hoofde van de leden 1 tot en met 5 neemt. De Raad kan met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een ander besluit nemen.

7. Een voorlopig recht kan voor zes maanden worden ingesteld en vervolgens met drie maanden worden verlengd, dan wel voor negen maanden worden ingesteld. Het recht kan evenwel uitsluitend worden verlengd of voor een periode van negen maanden ingesteld, indien de exporteurs die een aanzienlijk percentage van de bedrijfstak uitmaken, daarom verzoeken of bij kennisgeving door de Commissie geen bezwaar maken.