Art. 4 Verordening (EG) nr. 384/96, Omschrijving van het begrip "bedrijfstak van de Gemeenschap"
1. In de zin van deze verordening wordt onder "bedrijfstak van de Gemeenschap" verstaan alle producenten in de Gemeenschap van soortgelijke produkten of diegenen van deze producenten wier gezamenlijke produktie van de betrokken produkten een groot deel van de totale communautaire produktie van deze produkten als omschreven in artikel 5, lid 4, uitmaakt, met dien verstande dat
a) wanneer producenten met exporteurs of importeurs zijn verbonden of zelf importeur zijn van het produkt waarvan naar beweerd dumping plaatsvindt, onder "bedrijfstak van de Gemeenschap" de overige producenten kunnen worden verstaan;
b) in uitzonderlijke omstandigheden het grondgebied van de Gemeenschap, wat de betrokken produktie betreft, in twee of meer concurrerende markten kan worden verdeeld en de producenten binnen elke markt als een afzonderlijke bedrijfstak kunnen worden beschouwd indien a) de producenten binnen die markt hun gehele of vrijwel hun gehele produktie van het betrokken produkt op die markt verkopen, en b) aan de vraag op die markt niet in aanzienlijke mate wordt voldaan door elders in de Gemeenschap gevestigde producenten van het betrokken produkt. In deze omstandigheden kan zelfs tot het bestaan van schade worden geconcludeerd indien een groot deel van de totale bedrijfstak van de Gemeenschap geen schade lijdt, mits de invoer met dumping op deze afzonderlijke markt is geconcentreerd en bovendien die invoer met dumping de producenten van de gehele of vrijwel de gehele produktie op die markt schade veroorzaakt.
2. Voor de toepassing van lid 1 worden producenten uitsluitend geacht met exporteurs of importeurs te zijn verbonden indien a) één van hen rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over de anderen heeft of indien b) een derde persoon rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over hen beiden heeft, of indien c) zij te zamen rechtstreeks of onrechtstreeks zeggenschap over een derde persoon hebben, voor zover er redenen zijn om aan te nemen of te vermoeden, dat de betrokken producent zich door deze relatie anders gedraagt dan niet verbonden producenten. Voor de toepassing van dit lid wordt een persoon geacht zeggenschap over een andere persoon te hebben wanneer hij rechtens of feitelijk in een positie is, het handelen van de andere te beperken of te leiden.
3. Wanneer onder "bedrijfstak van de Gemeenschap" de producenten in een bepaald gebied worden verstaan, wordt de exporteurs gelegenheid gegeven overeenkomstig artikel 8 verbintenissen voor het betrokken gebied aan te bieden. In dat geval wordt bij de beoordeling van het belang van de Gemeenschap in het bijzonder rekening gehouden met het belang van dat gebied. Indien niet onmiddellijk een passende verbintenis wordt aangeboden of indien de in artikel 8, leden 9 en 10, omschreven situatie zich voordoet, kan voor de Gemeenschap in haar geheel een voorlopig of definitief recht worden opgelegd. In dergelijke gevallen kunnen de rechten, indien zulks in de praktijk uitvoerbaar is, tot specifieke producenten of exporteurs worden beperkt.
4. De bepalingen van artikel 3, lid 8, zijn op dit artikel van toepassing.