Art. 8 Richtlijn 96/92/EG
1. De transmissienetbeheerder is verantwoordelijk voor de inschakeling van de stroomproduktie-eenheden in zijn gebied en voor het gebruik van koppellijnen met andere netten.
2. Onverminderd de levering van elektriciteit op basis van contractuele verplichtingen, inclusief die welke voortvloeien uit de in aanbestedingen vervatte voorwaarden, geschiedt de inschakeling van de stroomproduktie-eenheden en het gebruik van de koppellijnen op basis van criteria die door de betrokken Lid-Staat kunnen worden goedgekeurd, en die objectief moeten zijn, bekendgemaakt moeten worden en op een niet-discriminerende wijze moeten worden toegepast om een goede werking van de interne markt voor elektriciteit te waarborgen. In de criteria wordt rekening gehouden met de economische rangorde van de elektriciteit uit beschikbare produktie-eenheden of uit koppellijnoverbrengingen en met de voor het net geldende technische beperkingen.
3. De Lid-Staat kan de transmissienetbeheerder verplichten, bij het inschakelen van stroomproduktie-eenheden prioriteit te geven aan produktie-installaties die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, afvalstoffen of warmte-krachtkoppeling.
4. Een Lid-Staat kan om redenen van continuïteit van de voorziening bepalen dat prioriteit wordt gegeven aan de inschakeling van stroomproduktie-eenheden die primaire brandstofenergiebronnen uit eigen land gebruiken, voor zover het hierbij gaat om hoeveelheden die per kalenderjaar niet meer bedragen dan 15 % van de totale primaire energie die nodig is voor de produktie van de in de betrokken Lid-Staat verbruikte elektriciteit.