Art. 3 Richtlijn 96/92/EG

Richtlijn 96/92/EG

1. De Lid-Staten dragen er, op basis van hun institutionele organisatie en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, zorg voor dat de elektriciteitsbedrijven, onverminderd lid 2, overeenkomstig de beginselen van deze richtlijn worden geëxploiteerd, teneinde een elektriciteitsmarkt met mededinging tot stand te brengen, en zij onthouden zich, wat rechten en plichten betreft, van discriminatie tussen die bedrijven. De twee in de artikelen 17 en 18 genoemde mogelijkheden om toegang tot het net te krijgen moeten leiden tot gelijkwaardige economische resultaten en daardoor tot een rechtstreeks vergelijkbaar niveau van openstelling van de markten en een rechtstreeks vergelijkbare mate van toegang tot de elekriciteitsmarkten.

2. Met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen van het Verdrag, met name artikel 90, mogen de Lid-Staten de elektriciteitsbedrijven openbare-dienstverplichtingen in het algemeen economisch belang opleggen, die betrekking kunnen hebben op de veiligheid, met inbegrip van de continuïteit van de voorziening, regelmaat, kwaliteit en prijs van de leveringen alsmede de bescherming van het milieu. Deze verplichtingen, die duidelijk gedefinieerd, transparant, niet-discriminerend en controleerbaar moeten zijn, alsmede de eventuele herzieningen daarvan, worden door de Lid-Staten gepubliceerd en onverwijld aan de Commissie meegedeeld. Om de genoemde openbare-dienstverplichtingen ten uitvoer te brengen, kunnen de Lid-Staten die dat wensen een planning op lange termijn invoeren.

3. De Lid-Staten kunnen besluiten de bepalingen van de artikelen 5, 6, 17, 18 en 21 niet toe te passen, voor zover de toepassing van die bepalingen zou verhinderen dat de elektriciteitsmaatschappijen zich in feite of in rechte kwijten van de hun in het algemeen belang van de economie opgelegde verplichtingen en voor zover de ontwikkeling van het handelsverkeer niet beïnvloed in een mate die strijdig is met het belang van de Gemeenschap. Het belang van de Gemeenschap omvat onder meer het mededingen naar de in aanmerking komende afnemers overeenkomstig deze richtlijn en artikel 90 van het Verdrag.