Art. 19 Richtlijn 96/92/EG

Richtlijn 96/92/EG

1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om hun elektriciteitsmarkten open te stellen, zodat op de voorwaarden van de artikelen 17 en 18 ten minste tot een niveau van betekenis contracten kunnen worden gesloten; dat niveau wordt aan de Commissie meegedeeld.

Het aandeel van de nationale markt wordt berekend op basis van het communautaire aandeel van de elektriciteit die verbruikt wordt door eindverbruikers die méér dan 40 GWh per jaar verbruiken (op basis van het verbruik op de locatie en met inbegrip van zelfopwekking).

Het gemiddelde communautaire aandeel wordt door de Commissie berekend op basis van de gegevens die haar door de Lid-Staten regelmatig worden verstrekt. De Commissie maakt dit gemiddelde communautaire aandeel, dat de mate van marktopenstelling bepaalt, vóór 1 november van elk jaar bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, met alle gegevens die nodig zijn om de berekeningswijze te verduidelijken.

2. Het in lid 1 bedoelde aandeel van de nationale markt neemt gedurende een periode van zes jaar geleidelijk toe. Deze toename wordt berekend door de in lid 1 genoemde communautaire verbruiksdrempel van 40 GWh drie jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn tot een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 20 GWh en zes jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn tot een jaarlijks elektriciteitsverbruik van 9 GWh te verlagen.

3. De Lid-Staten geven aan welke afnemers binnen hun grondgebied de in de leden 1 en 2 bedoelde aandelen vertegenwoordigen en de wettelijke bevoegdheid hebben om in overeenstemming met de artikelen 17 en 18 elektriciteit af te nemen, met dien verstande dat alle eindverbruikers die meer dan 100 GWh per jaar verbruiken (op basis van het verbruik op de locatie en met inbegrip van zelfopwekking) in bovengenoemde categorie moeten worden opgenomen.

De distributiemaatschappijen hebben, voor zover zij niet reeds uit hoofde van dit lid als in aanmerking komende afnemer zijn aangemerkt, rechtsbevoegdheid om op de in de artikelen 17 en 18 genoemde voorwaarden contracten af te sluiten voor de hoeveelheid elektriciteit die door hun binnen hun distributienet als in aanmerking komende aangemerkte afnemers wordt verbruikt, ten einde deze afnemers te bevoorraden.

4. De Lid-Staten maken vóór 31 januari van elk jaar de criteria bekend voor het bepalen van de in aanmerking komende afnemers die op de in de artikelen 17 en 18 genoemde voorwaarden contracten kunnen afsluiten. Die gegevens worden, samen met alle andere informatie die nodig is om de verwezenlijking van de in lid 1 bedoelde marktopenstelling te staven, aan de Commissie toegezonden met het oog op bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. De Commissie kan een Lid-Staat verzoeken zijn opgaven, als bedoeld in lid 3, te wijzigen, indien zij een juiste toepassing van deze richtlijn inzake de goede werking van de interne elektriciteitsmarkt verhinderen. Indien de betrokken Lid-Staat niet binnen een termijn van drie maanden gehoor geeft aan dit verzoek, wordt een definitief besluit genomen in overeenstemming met procedure I van artikel 2 van Besluit 87/373/EEG van de Raad van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (10).

5. Teneinde een verstoring van het evenwicht bij het openstellen van de elektriciteitsmarkten gedurende de periode bedoeld in artikel 26 te voorkomen:

a) mogen contracten voor de levering van elektriciteit op de in de artikelen 17 en 18 genoemde voorwaarden met een in aanmerking komende afnemer in het net van een andere Lid-Staat niet worden verboden indien de betrokken afnemer in beide netten als een in aanmerking komende afnemer wordt aangemerkt;

b) kan de Commissie, in gevallen waarin transacties als bedoeld onder a), worden geweigerd omdat de betrokken afnemer slechts in één van beide netten als in aanmerking komende afnemer wordt aangemerkt, rekening houdend met de marktsituatie en het gemeenschappelijke belang, de partij die tot die weigering heeft besloten, verplichten om de gevraagde elektriciteitslevering uit te voeren op verzoek van de Lid-Staat waar de in aanmerking komende afnemer is gevestigd.

Parallel met de procedure en het tijdschema van artikel 26 en uiterlijk halverwege de in dat artikel genoemde periode toetst de Commissie de toepassing van de eerste alinea, onder b), op basis van de marktontwikkelingen, rekening houdend met het gemeenschappelijke belang. De Commissie beoordeelt de situatie aan de hand van de ervaringen en brengt verslag uit over een eventuele verstoring van het evenwicht bij de openstelling van de elektriciteitsmarkten met betrekking tot deze alinea.