Art. 8 Verordening (EG) nr. 1663/95

Verordening (EG) nr. 1663/95

1. Indien de Commissie op grond van een onderzoek van mening is, dat bepaalde uitgaven niet overeenkomstig de communautaire voorschriften zijn gedaan, stelt zij de betrokken Lid-Staat in kennis van haar bevindingen van de correctiemaatregelen die moeten worden genomen om naleving in de toekomst te garanderen en van een raming van de uitgaven die zij op grond van artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 kan voorstellen, te onttrekken. De kennisgeving verwijst naar de onderhavige uitvoeringsbepalingen. De Lid-Staat geeft binnen twee maanden een antwoord en de Commissie kan haar positie wijzigen. In gegronde gevallen kan de Commissie toestemming verlenen tot een verlenging van deze antwoordtermijn.

Na afloop van de antwoordtermijn, stelt de Commissie een bilaterale bespreking vast en beide partijen zullen proberen tot overeenstemming te komen omtrent de te nemen maatregelen. De Commissie doet vervolgens haar conclusies formeel aan de Lid-Staat toekomen, onder verwijzing naar Beschikking 94/442/EG (6).

2. De besluiten als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 worden genomen na onderzoek van elk overeenkomstig Beschikking 94/442/EG door het bemiddelingsorgaan opgesteld rapport.

3. De onttrekkingen aan de communautaire financiering als bedoeld in artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 worden toegepast op de voorschotten betreffende de uitgaven van de tweede maand volgend op het besluit overeenkomstig dat artikel. Indien de Lid-Staat evenwel daarom verzoekt en wanneer de omvang van de onttrekkingen dit rechtvaardigt, kan de Commissie na raadpleging van het Comité van het Fonds, een andere datum vaststellen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen