Art. 7 Verordening (EG) nr. 1663/95

Verordening (EG) nr. 1663/95

1. In het besluit tot goedkeuring van de rekeningen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 729/70, wordt het bedrag van de uitgaven vastgesteld die door elk van de Lid-Staten in het betreffende begrotingsjaar zijn verricht en die als ten laste van het EOGFL worden aangemerkt, zulks onverminderd latere besluiten op grond van lid 2, onder c), van dat artikel.

De bedragen die als gevolg van bovengenoemd besluit door of aan elke Lid-Staat moeten worden betaald, worden vastgesteld nadat de voor het betrokken begrotingsjaar ontvangen voorschotten in mindering zijn gebracht op de voor hetzelfde jaar overeenkomstig de eerste alinea vastgestelde uitgaven. Deze bedragen worden afgetrokken van of toegevoegd aan de voorschotten die betaalbaar zijn vanaf de tweede maand na de maand waarin het besluit tot goedkeuring van de rekeningen van kracht is geworden.

2. De Commissie deelt de betrokken Lid-Staat de resultaten van haar verificaties en de wijzigingen die zij eventueel voorstelt mede, vóór 31 maart van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar.

3. Wanneer de Commissie de rekeningen van een Lid-Staat om aan de betrokken Lid-Staat toe te schrijven redenen niet vóór 30 april van het volgende jaar kan goedkeuren, deelt de Commissie die Lid-Staat mee, welke verdere onderzoeken zij op grond van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 729/70 voorstelt uit te voeren.

Vorige artikelen

Volgende artikelen