Art. 58 Verordening (EG) nr. 1239/95, Bewijsstukken
1. Met betrekking tot in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen of eindbeslissingen van andere instanties, niet zijnde beslissingen van het Bureau, wordt een afschrift dat door de rechterlijke of andere instantie die de beslissing heeft genomen, voor eensluidend is gewaarmerkt, als een voldoende bewijsstuk beschouwd.
2. Met betrekking tot andere door de partijen in de procedure in te dienen stukken wordt het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift als een voldoende bewijsstuk beschouwd.