Art. 57 Verordening (EG) nr. 1239/95, Door de partijen in de procedure ingediende stukken
1. Als datum van ontvangst van een door een partij in de procedure ingediend stuk geldt de datum waarop dit stuk daadwerkelijk ten kantore van het Bureau, het in artikel 30, lid 4, van de basisverordening bedoelde nationale orgaan of de in deze bepaling bedoelde dienst inkomt.
2. Met uitzondering van bijlagen moet elk stuk dat door een partij in de procedure wordt ingediend, door haar of haar vertegenwoordiger voor de procedure zijn ondertekend.
3. Met instemming van de raad van bestuur kan het Bureau toestaan, dat de partijen in de procedure voor het indienen van stukken van telegraaf, telex, fax of andere communicatiemiddelen gebruik maken en stelt het dienaangaande nadere voorschriften vast.
4. Wanneer een stuk niet op regelmatige wijze is ondertekend of wanneer het op de in lid 3 bedoelde wijze is ingediend, dient de partij in de procedure binnen een maand het overeenkomstig lid 2 ondertekende origineel van dit stuk over te leggen. Indien dit origineel binnen deze termijn wordt overgelegd, blijft de datum van ontvangst van het oorspronkelijk ingediende stuk gelden; zo niet, wordt het geacht niet te zijn ontvangen.
5. Het Bureau kan een verlenging van de in lid 4 vastgestelde termijn toestaan wanneer de partij in de procedure het betrokken stuk enkel rechtstreeks bij het Bureau mag indienen. De verlenging mag ten hoogste twee weken bedragen.
6. Van stukken die aan andere partijen in de procedure of aan het betrokken onderzoeksbureau moeten worden meegedeeld, en stukken die betrekking hebben op twee of meer aanvragen van een communautair kwekersrecht of twee of meer verzoeken om een licentie, moet een voldoende aantal exemplaren worden ingediend. Wanneer er exemplaren te kort zijn, wordt op kosten van de betrokken partij voor extra exemplaren gezorgd.