Art. 5

1. Om de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 603/95 bedoelde steun te ontvangen moet het verwerkingsbedrijf uiterlijk 45 dagen na het einde van de maand waarin de gedroogde voedergewassen het bedrijf hebben verlaten, een steunaanvraag indienen.

Geen enkele steunaanvraag voor een bepaald verkoopseizoen mag evenwel na 15 april volgende op het einde van dat verkoopseizoen worden ingediend. Behoudens overmacht worden bij te late indiening van de aanvraag de steunbedragen waarop de aanvraag betrekking heeft en waarop het bedrijf bij indiening binnen de termijn recht zou hebben, met 1 % per werkdag verlaagd. Wanneer de aanvraag meer dan 20 dagen te laat wordt ingediend, is zij niet meer ontvankelijk.

2. De steunaanvraag bevat ten minste:

- de naam, de voornaam, het adres en de handtekening van de aanvrager,

- de hoeveelheden waarvoor de steun wordt aangevraagd, uitgesplitst per partij,

- de datum waarop elke hoeveelheid het bedrijf heeft verlaten,

- de vermelding dat van elke partij overeenkomstig artikel 11, lid 3, monsters zijn genomen op het ogenblik dat die partijen het verwerkingsbedrijf hebben verlaten, en alle nodige informatie voor de identificatie van die monsters.

3. De steun voor mengsels van gedroogde voedergewassen en andere grondstoffen dan die bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 603/95 en voorgedroogde voedergewassen die het bedrijf hebben verlaten en bindmiddel bevatten, wordt berekend naar evenredigheid van de hoeveelheid gedroogde voedergewassen in deze produkten.

Uitspraken die dit artikel aanhalen