Art. 18 Richtlijn 95/46/EG, Verplichting tot aanmelding bij de toezichthoudende autoriteit

Richtlijn 95/46/EG

1. De Lid-Staten bepalen dat de voor de verwerking verantwoordelijke of, in voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, bij de in artikel 28 bedoelde toezichthoudende autoriteit aanmelding dient te doen, voordat wordt overgegaan tot een of meer volledig of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerkingen van gegevens die voor de verwezenlijking van een doeleinde of van verscheidene samenhangende doeleinden bestemd zijn.

2. De Lid-Staten kunnen alleen in de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden voorzien in vereenvoudigde aanmelding of vrijstelling van deze verplichting tot aanmelding:

- wanneer zij voor de categorieën verwerkingen waarbij, rekening houdend met de verwerkte gegevens, inbreuk op de rechten en vrijheden van de betrokkenen onwaarschijnlijk is, preciseren: de doeleinden van de verwerking, de verwerkte gegevens of categorieën verwerkte gegevens, de categorie(ën) betrokkenen, de ontvangers of categorieën ontvangers aan wie de gegevens worden verstrekt, en de periode gedurende welke de gegevens worden bewaard, en/of

- wanneer de voor de verwerking verantwoordelijke, overeenkomstig het nationale recht waaraan hij is onderworpen, een functionaris voor de gegevensbescherming aanwijst die met name

- op onafhankelijke wijze toezicht uitoefent op de toepassing binnen de organisatie van de krachtens deze richtlijn getroffen nationale maatregelen,

- een register bijhoudt van de door de voor verwerking verantwoordelijke verrichte verwerkingen, waarin de in artikel 21, lid 2, bedoelde gegevens opgenomen zijn,

en er aldus voor zorgt dat inbreuk op de rechten en vrijheden van de betrokkenen door de verwerkingen onwaarschijnlijk is.

3. De Lid-Staten kunnen bepalen dat lid 1 niet van toepassing is op verwerkingen die alleen tot doel hebben een register bij te houden dat volgens de wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen bedoeld is om het publiek voor te lichten en dat door een ieder dan wel door iedere persoon die zich op een gerechtvaardigd belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd.

4. De Lid-Staten kunnen voor de in artikel 8, lid 2, onder d), bedoelde verwerkingen voorzien in afwijking van de aanmeldingsplicht of in vereenvoudigde aanmelding.

5. De Lid-Staten kunnen bepalen dat sommige of alle niet-geautomatiseerde verwerkingen van persoonsgegevens aangemeld moeten worden, eventueel in vereenvoudigde vorm.