Art. 60 Verordening (EG) nr. 40/94, Prejudiciële herziening
1. Indien de instantie waarvan de beslissing betwist wordt, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, moet zij haar beslissing herzien. Deze bepaling geldt niet wanneer tegenover de appellant een andere partij staat.
2. Indien de beslissing niet binnen een maand na ontvangst van de uiteenzetting van de gronden herzien wordt, dan moet het beroep onverwijld worden voorgelegd aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.