Art. 55 Verordening (EG) nr. 40/94, Vordering tot vervallenverklaring of nietigverklaring

Verordening (EG) nr. 40/94

1. Een vordering tot vervallenverklaring of nietigverklaring van het Gemeenschapsmerk kan bij het Bureau worden ingesteld:

a) in de gevallen bedoeld in de artikelen 50 en 51, door iedere natuurlijke of rechtspersoon, alsmede iedere groepering die opgericht is om de belangen van fabrikanten, producenten, dienstverrichters, handelaars of consumenten te behartigen en die overeenkomstig het daarvoor geldende recht bevoegd is in eigen naam in rechte op te treden;

b) in de gevallen bedoeld in artikel 52, lid 1, door de in artikel 42, lid 1, bedoelde personen;

c) in de gevallen bedoeld in artikel 52, lid 2, door de houders van de in die bepaling genoemde oudere rechten of de personen die krachtens het nationale recht van de betrokken Lid-Staat bevoegd zijn deze rechten te doen gelden.

2. De vordering moet schriftelijk worden ingesteld en met redenen omkleed zijn. Zij wordt pas geacht te zijn ingesteld na betaling van de taks.

3. De vordering tot vervallen- of nietigverklaring is niet ontvankelijk als op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond al door een rechterlijke instantie van een Lid-Staat aangaande dezelfde partijen een in kracht van gewijsde gegane beslissing is gegeven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen