Art. 902 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Voor de toepassing van artikel 901, lid 2:
a) moeten de door de belanghebbende in te dienen bewijsstukken die het de beschikkende douaneautoriteit mogelijk maken zich ervan te vergewissen dat de goederen waarvoor om terugbetaling of kwijtschelding van de rechten wordt gevraagd, wel degelijk uit het douanegebied van de Gemeenschap weer werden uitgevoerd, bestaan uit:
- het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de aangifte ten uitvoer van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap,
en
- een verklaring van het douanekantoor waarlangs de goederen het douanegebied van de Gemeenschap daadwerkelijk hebben verlaten.
Wanneer een dergelijke verklaring niet kan worden overgelegd, kan het bewijs van uitgang van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap worden geleverd door middel van:
- hetzij een verklaring van het douanekantoor dat de aankomst van de goederen in het derde land van bestemming heeft vastgesteld;
- hetzij het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de douaneaangifte van de goederen in het derde land van bestemming.
Bij deze bescheiden dienen de administratieve documenten en de handelsbescheiden te worden gevoegd aan de hand waarvan de beschikkende douaneautoriteit kan nagaan of de goederen die uit het douanegebied van de Gemeenschap zijn uitgevoerd dezelfde zijn als die welke voor een douaneregeling houdende de verplichting tot betaling van de rechten bij invoer werden aangegeven, te weten:
- het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkte kopie van de aangifte voor genoemde regeling
en
- voor zover door de beschikkende douaneautoriteit noodzakelijk geacht, handelsbescheiden en administratieve bescheiden (zoals facturen, gedetailleerde lijsten, vervoerdocumenten, gezondheidscertificaten) met een nauwkeurige beschrijving van de goederen (handelsbenaming, hoeveelheden, merktekens en andere opschriften waarvan zij kunnen zijn voorzien) die waren gevoegd bij, enerzijds, de aangifte voor de genoemde regeling en, anderzijds, de aangifte ten uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap of, in voorkomend geval, de douaneaangifte van de goederen in het derde land van bestemming;
b) moeten de bewijsstukken die het de beschikkende douaneautoriteit mogelijk maken zich ervan te vergewissen dat de goederen waarvoor om terugbetaling of kwijtschelding van rechten wordt gevraagd, wel degelijk zijn vernietigd onder toezicht van instanties of personen die bevoegd zijn dit officieel vast te stellen, bestaan uit:
- hetzij het proces-verbaal of de verklaring van vernietiging afgegeven door de overheidsinstanties onder toezicht waarvan deze vernietiging heeft plaatsgevonden, of een als eensluidend gewaarmerkte kopie daarvan,
- hetzij een certificaat opgesteld door de persoon die bevoegd is de vernietiging vast te stellen, vergezeld van de gegevens waaruit deze bevoegdheid blijkt.
Deze bescheiden moeten een voldoende nauwkeurige omschrijving van de vernietigde goederen bevatten (handelsbenaming, hoeveelheden, merktekens en andere opschriften waarvan zij kunnen zijn voorzien), zodat de douaneautoriteiten, door vergelijking met de vermeldingen in de bijgevoegde aangifte voor een douaneregeling houdende de verplichting tot betaling van de rechten bij invoer en de handelsbescheiden (zoals facturen, gedetailleerde lijsten), zich ervan kunnen vergewissen dat de vernietigde goederen dezelfde zijn als die welke voor de regeling waren aangegeven.
2. De in lid 1 bedoelde bewijsstukken moeten, voor zover zij voor de beschikkende douaneautoriteit onvoldoende blijken om zich met volledige kennis van zaken uit te spreken over het haar voorgelegde geval of wanneer bepaalde bewijsstukken niet kunnen worden overgelegd, worden aangevuld met of worden vervangen door alle andere documenten die de genoemde autoriteit noodzakelijk acht.