Art. 882 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Voor terugkerende goederen waarover bij hun uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap rechten bij uitvoer zijn geheven, wordt de terugbetaling of de kwijtschelding van deze rechten afhankelijk gesteld van de overlegging bij de douaneautoriteiten van een eenvoudig verzoek, vergezeld van:

a) het document dat werd afgegeven als bewijs van betaling van de verschuldigde bedragen indien deze reeds werden geïnd;

b) het origineel of het door het douanekantoor van wederinvoer voor eensluidend gewaarmerkte afschrift van de aangifte voor het vrije verkeer van de betreffende terugkerende goederen.

Op dit document dient door het douanekantoor van wederinvoer één van de hierna volgende vermeldingen te worden aangebracht:

- Mercancías de retorno en aplicación de la letra b) del apartado 2 del artículo 185 del Código,

- Returvarer i henhold til kodeksens artikel 185, stk. 2, litra b),

- Rueckwaren gemaess Artikel 185 Absatz 2 Buchstabe b) des Zollkodex,

- AAìðïñaaýìáôá aaðáíaaéóáãueìaaíá êáô' aaoeáñìïãÞ ôïõ UEñèñïõ 185 ðáñUEãñáoeïò 2 óôïé÷aassï â) ôïõ êþaeéêá,

- Goods admitted as returned goods under Article 185 (2) (b) of the Code,

- Marchandises en retour en application de l'article 185 paragraphe 2 point b) du code,

- Merci in reintroduzione in applicazione dell'articolo 185, paragrafo 2, lettera b) del codice,

- Goederen die met toepassing van artikel 185, lid 2, onder b), van het Wetboek kunnen worden toegelaten als terugkerende goederen,

- Mercadorias de retorno por aplicação da alínea b) do n° 2 do artigo 185° do código;

c) het exemplaar van de aangifte ten uitvoer dat aan de exporteur werd overhandigd bij het vervullen van de uitvoerformaliteiten voor de betrokken goederen of een door het douanekantoor van uitvoer voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze aangifte.

Indien de beschikkende douaneautoriteit reeds in het bezit is van de gegevens die in een van de onder a), b) of c) bedoelde aangiften zijn opgenomen, behoeven deze aangiften niet te worden overgelegd.

2. Het in lid 1 bedoelde verzoek dient binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer, bij het in artikel 879 genoemde douanekantoor te worden overgelegd.

Afdeling 2

Procedure voor het verlenen