Art. 797 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De uitvoer kan onder geleide van een carnet ATA plaatsvinden indien aan de hierna volgende voorwaarden is voldaan:
a) het carnet ATA moet in een Lid-Staat van de Gemeenschap zijn afgegeven en dient geviseerd en gegarandeerd te zijn door een in de Gemeenschap gevestigde organisatie die deel uitmaakt van een internationale keten van organisaties op het gebied van zekerheidstelling.
De lijst van deze organisaties wordt door de Commissie bekendgemaakt;
b) het carnet ATA dient betrekking te hebben op andere communautaire goederen dan die waarvoor:
- bij uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap de douaneformaliteiten bij uitvoer zijn vervuld met het oog op de toekenning van restituties of andere bedragen bij uitvoer ingesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid,
- een ander financieel voordeel dan deze restituties of andere bedragen is toegekend in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, onder verplichting de genoemde goederen uit te voeren,
- een verzoek om terugbetaling is ingediend;
c) de in artikel 221 genoemde documenten dienen te worden overgelegd. De douaneautoriteiten kunnen de overlegging van het vervoerdocument eisen;
d) de goederen moeten voor wederinvoer bestemd zijn.
2. Bij de plaatsing van de door een carnet ATA gedekte goederen voor tijdelijke uitvoer vervult het kantoor van uitvoer de volgende formaliteiten:
a) het verifieert de gegevens in de vakken A tot en met G van het deel "uitvoer" van het carnet door deze gegevens te vergelijken met de goederen waarop het carnet betrekking heeft;
b) het vult het vak "verklaring van de douaneautoriteiten" in dat op de omslag van het carnet voorkomt;
c) het vult de strook "uitvoer" en vak H van het deel "uitvoer" in;
d) het vermeldt zijn naam in vak H, onder b), van het deel "wederinvoer";
e) het behoudt het deel "uitvoer".
3. Wanneer het douanekantoor van uitvoer niet tevens kantoor van uitgang is, vervult het douanekantoor van uitvoer de in lid 2 bedoelde formaliteiten, maar laat het invullen van vak 7 van de strook "uitvoer" achterwege, daar dit vak door het douanekantoor van uitgang dient te worden ingevuld.
4. De door de douaneautoriteiten in vak "H", onder b), van de strook "uitvoer" vastgestelde termijn voor de wederinvoer van de goederen kan de geldigheidsduur van het carnet niet overschrijden.