Art. 791 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. In geval van naar behoren gerechtvaardigde redenen kan een aangifte ten uitvoer worden aanvaard door:

- een ander dan het in artikel 161, lid 5, eerste zin, van het Wetboek bedoelde douanekantoor,

of

- een ander dan het in artikel 790 bedoelde douanekantoor.

In die gevallen wordt bij de controle op de naleving van verboden en beperkingen met de bijzondere situatie rekening gehouden.

2. Indien in de in lid 1 bedoelde gevallen de uitvoerformaliteiten niet worden verricht in de Lid-Staat waar de exporteur is gevestigd, zendt het douanekantoor waar de aangifte ten uitvoer is ingediend een kopie van het enig document aan de door de Lid-Staat, waar de exporteur is gevestigd, aangewezen dienst.