Art. 760 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Wanneer de in artikel 76 van het Wetboek bedoelde vereenvoudigde procedures voor de plaatsing onder de regeling niet worden toegepast en de veredeling betrekking heeft op de herstelling van goederen, staat het douanekantoor dat door de douaneautoriteiten is aangewezen om vergunningen met gebruikmaking van de vereenvoudigde procedure te verlenen, toe dat de aangifte tot plaatsing onder de regeling tegelijkertijd de aanvraag voor de vergunning vormt. In dit geval komt de vergunning tot stand door de aanvaarding van deze aangifte, welke aanvaarding is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als het verlenen van een vergunning.
2. Bij de overeenkomstig lid 1 ingediende aangifte dient een door de aangever opgesteld document te worden gevoegd waarin de hierna volgende gegevens voorkomen, indien deze noodzakelijk zijn en zij niet kunnen worden aangebracht in vak 44 van het formulier van de in lid 1 bedoelde aangiften:
a) de naam of de handelsnaam en het adres van de aanvrager van de regeling, wanneer deze niet tevens aangever is;
b) de handelsbenaming en/of de technische benaming van de veredelingsprodukten;
c) de aard van de veredelingshandelingen;
d) de voor de wederinvoer van de veredelingsprodukten nodig geachte termijn;
e) het opbrengstpercentage of, in voorkomend geval, de wijze waarop dit percentage wordt vastgesteld;
f) de identificatiemiddelen.
Artikel 498 is van overeenkomstige toepassing.
3. Artikel 502 is van overeenkomstige toepassing.