Art. 76 Verordening (EEG) nr. 2454/93
De in deze onderafdeling genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van oorsprong moeten zonder onderbreking in het begunstigde land zijn vervuld.
Indien goederen van oorsprong uit het begunstigde land naar een ander land worden uitgevoerd en terugkeren, worden zij als niet van oorsprong zijnde beschouwd tenzij ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan worden aangetoond dat:
- de teruggekeerde goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen, en
- zij in dat land geen andere behandelingen hebben ondergaan dan die welke nodig waren ter verzekering van hun bewaring in goede staat.