Art. 75 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Als rechtstreeks vervoerd van het begunstigde land van uitvoer naar de Gemeenschap worden beschouwd:

a) produkten die niet worden vervoerd over het grondgebied van een ander land, met uitzondering van een land van dezelfde regionale groepering indien artikel 70 van toepassing is;

b) produkten die over het grondgebied van een ander land dan het begunstigde land van uitvoer worden vervoerd of, indien artikel 70 van toepassing is, van een land van dezelfde regionale groepering, met of zonder overlading of tijdelijke opslag in deze landen, voor zover het vervoer door deze landen om geografische redenen of uitsluitend om vervoertechnische redenen plaatsvindt en de produkten:

- in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douaneautoriteiten zijn gebleven, en

- aldaar niet in de handel zijn gebracht of tot verbruik aangegeven, en

- aldaar geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen, opnieuw laden of behandelingen ter verzekering van hun bewaring in goede staat;

c) produkten die over het grondgebied van Finland, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden of Zwitserland worden vervoerd en die vervolgens geheel of gedeeltelijk naar de Gemeenschap worden uitgevoerd, voor zover zij

- in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douaneautoriteiten zijn gebleven, en

- aldaar niet tot verbruik zijn aangegeven, en

- aldaar geen andere behandelingen hebben ondergaan dan lossen, opnieuw laden of behandelingen ter verzekering van hun bewaring in goede staat;

d) produkten waarvan het vervoer door middel van leidingen geschiedt met gebruik van het grondgebied van andere landen dan het uitvoerende begunstigde land.

2. Het bewijs dat aan de voorwaarden van lid 1, onder b) en c), is voldaan, wordt geleverd door de overlegging aan de douaneautoriteiten van de Gemeenschap van de volgende stukken:

a) één enkel in het begunstigde land van uitvoer afgegeven vervoersdocument, onder dekking waarvan het vervoer door het land van doorvoer heeft plaatsgevonden, of

b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven verklaring, waarin:

- de produkten nauwkeurig zijn omschreven,

- de data zijn aangegeven waarop de produkten zijn gelost en opnieuw geladen, en is vermeld van welke schepen gebruik werd gemaakt,

- is vermeld onder welke voorwaarden de produkten in het land van doorvoer verbleven;

c) hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.