Art. 656 Verordening (EEG) nr. 2454/93

Verordening (EEG) nr. 2454/93

1. Dit artikel is van toepassing wanneer de goederen slechts in één Lid-Staat worden behandeld.

2. Wanneer de in artikel 76 van het Wetboek bedoelde vereenvoudigde procedures voor de plaatsing onder de regeling niet worden toegepast, staat het douanekantoor dat door de douaneautoriteiten is aangewezen om vergunningen met gebruikmaking van de vereenvoudigde procedure te verlenen toe dat de aangifte tot plaatsing onder de regeling tegelijkertijd de aanvraag voor de vergunning vormt. In dit geval komt de vergunning tot stand door de aanvaarding van deze aangifte, welke aanvaarding is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als het verlenen van een vergunning.

3. Bij de overeenkomstig lid 2 ingediende aangifte dient een door de aangever opgesteld document te worden gevoegd waarin de hierna volgende gegevens voorkomen, indien deze noodzakelijk zijn en zij niet kunnen worden aangebracht in vak 44 van het formulier van de in lid 2 bedoelde aangiften:

a) de naam of de handelsnaam en het adres van de aanvrager van de regeling, wanneer deze niet tevens aangever is;

b) de naam of de handelsnaam en het adres van de persoon die de behandeling verricht, wanneer deze niet tevens aanvrager of de aangever is;

c) de aard van de behandeling;

d) de handelsbenaming en/of de technische benaming van de te verkrijgen behandelde produkten;

e) het opbrengstpercentage of, in voorkomend geval, de wijze waarop dit percentage wordt vastgesteld;

f) de termijn waarbinnen de invoergoederen naar verwachting een douanebestemming zullen volgen;

g) de plaats waar de behandeling zal worden verricht.

Artikel 498 is van overeenkomstige toepassing.

4. Artikel 502 is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2

Plaatsing van goederen onder de regeling