Art. 654 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. Bij het verlenen van de vergunning stellen de douaneautoriteiten, overeenkomstig artikel 134 van het Wetboek, de termijn vast waarbinnen de behandelde produkten een douanebestemming dienen te volgen, rekening houdend, enerzijds, met de tijd die nodig is om de goederen te behandelen en, anderzijds, met de tijd die nodig is om de behandelde produkten een douanebestemming te geven.
2. Indien de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de in de vergunning gestelde termijn worden verlengd, zelfs na het verstrijken van de oorspronkelijk toegestane termijn.