Art. 575 Verordening (EEG) nr. 2454/93
1. De in artikel 574 bedoelde aangifte wordt gedaan overeenkomstig de artikelen 198 tot en met 252.
2. Onverminderd artikel 568 dient de omschrijving van de goederen in de in lid 1 bedoelde aangifte overeen te stemmen met die in de vergunning.
Bij toepassing van het equivalentieverkeer dienen de in de aangifte vermelde gegevens zodanig nauwkeurig te zijn dat gecontroleerd kan worden of aan de voorwaarden van artikel 569, lid 1, is voldaan.
3. Voor de toepassing van artikel 62, lid 2, van het Wetboek worden bij de aangifte tot plaatsing onder de regeling de in artikel 220 genoemde stukken gevoegd en bij gebruikmaking van het driehoeksverkeer wordt het inlichtingenblad INF 5 bijgevoegd, behalve ingeval artikel 605, op de voorwaarden van artikel 604, wordt toegepast.
b) Vereenvoudigde procedures